Voorwoord van de bestuurder

Dit 14e jaarverslag van GasTerra legt verantwoording af over een periode die kort na de jaarwisseling begon met een zo niet onverwachte dan toch onverhoopte gebeurtenis. Op 8 januari 2018 waren medewerkers van GasTerra bijeen voor onze traditionele nieuwjaarsreceptie. Volgens goed gebruik zou ik daar spreken over de resultaten in het net afgesloten jaar en vooruitblikken op het nieuwe. Het kernthema van de speech lag voor de hand. In 2017 was het derde Kabinet Rutte aangetreden. Een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord was gewijd aan de situatie in Groningen, meer specifiek aan de manier waarop de schadelijke gevolgen van de gaswinning voor de getroffen Groningers effectief moesten worden aangepakt. Naast een doeltreffende schadeafhandeling was voor GasTerra, als enige afnemer van het Groningengas, van groot belang welk volume de producent, NAM, de komende jaren maximaal uit het veld zou mogen winnen. Er leek op dit vlak eindelijk een stabielere situatie te ontstaan. In plaats van het jaarlijkse volumeplafond kwam een maximum voor de volledige kabinetsperiode. Volgens het tussen coalitiepartners overeengekomen doel zou het volume 1,5 miljard kubieke meter lager kunnen liggen in 2021, dat wil zeggen op 20,1 miljard kubieke meter. We konden ons vinden in deze uitkomst. Het zou voor ons betekenen dat er wat strategische rust in dit moeilijke dossier kwam. Niet langer je steeds weer moeten aanpassen aan nieuwe beslissingen en uitkomsten van beroepsprocedures, maar werken op basis van een langetermijnperspectief met afdoende aandacht voor de veiligheidsbelangen in de provincie.

En toen beefde de aarde opnieuw. Kort voordat ik mijn speech wilde beginnen, bereikte ons het bericht dat bij Zeerijp een aardbeving met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter had plaatsgevonden. Het was meteen duidelijk dat het voorbereide verhaal over het komende jaar was ingehaald door de actualiteit. Ik kon en wilde hier tijdens mijn nieuwjaarsspeech niet aan voorbijgaan. De beving creëerde ongetwijfeld een nieuwe realiteit, al was op 8 januari nog niet duidelijk hoe die realiteit er precies uit zou gaan zien.

Ruim drie maanden later, op 29 maart, wisten we wel waar we aan toe waren. Onverwacht maakte de minister van Economische Zaken en Klimaat bekend dat het Groningenveld zo snel mogelijk gesloten zou moeten worden. De productie in Groningen moest daarvoor sneller omlaag. Om dat mogelijk te maken zou - naast een aantal op vraagreductie gerichte maatregelen - het veld niet langer de basis van de gasvoorziening vormen, maar zouden andere, kleinere bronnen die rol moeten overnemen. Om ondanks de geplande afbouw de voorzieningszekerheid veilig te stellen besloot de minister eveneens dat Gasunie Transport Services een extra stikstoffabriek moest bouwen, waarmee het hoogcalorische gas uit de kleine velden en importgas op de laagcalorische Groningenkwaliteit zou kunnen worden gebracht. Vanaf het moment dat deze fabriek in bedrijf zou komen, naar verwachting in 2022, zou de productie uit Groningen scherp kunnen dalen naar een niveau van circa vier miljard kubieke meter per jaar om daarna stap voor stap dankzij de verwachte teruglopende vraag op nul uit te komen.

Deze radicale ingreep heeft voor GasTerra en zijn medewerkers op termijn grote gevolgen. Onze onderneming is onderdeel van het Gasgebouw, dat de Nederlandse overheid samen met de oliemaatschappijen Shell en Esso en EBN begin jaren zestig heeft opgericht om het immense Groningenveld te exploiteren. Deze unieke publiek-private structuur is sindsdien wel aangepast aan nieuwe ontwikkelingen, zoals de splitsing van Gasunie in 2005, maar in essentie nog steeds het fundament draagt dat de gasvoorziening in Nederland en de export naar afnemers van Groningengas in het buitenland. Kenmerkend voor het Gasgebouw is dat één partij, te weten GasTerra, als enige het Groningengas van de producent NAM kan afnemen en vervolgens naar de markt brengt, waar het verder kan worden verhandeld en gebruikt. Als de productie uit het Groningenveld stopt, verdwijnt automatisch deze basisfunctie van GasTerra.

Voor alle duidelijkheid: dit besef is op zich niet nieuw. Dat het Groningenveld in zijn laatste productiefase was aanbeland, wisten we al voordat de beruchte zware aardbeving in 2012 in Huizinge duidelijk maakte dat de winning in het belang van de veiligheid van de betrokken Groningers fors omlaag moest. Velen geloofden toen echter nog dat dit alleen maar betekende dat we juist langer met het Groningengas zouden kunnen doen, doordat het productievolume over meer jaren zou worden uitgesmeerd. Daar is nu echter geen sprake meer van. Voor GasTerra’s medewerkers was het kabinetsbesluit dus wel even slikken. We erkennen de noodzaak van harde ingrepen in het Groninger gasdossier, inclusief een voortvarende schadeafhandeling (een deel van ons personeel woont in het winningsgebied), maar zien ons daardoor ook geconfronteerd met een onzekere toekomst en horizon.

Het paradoxale is dat ons werk in de komende transitieperiode waarschijnlijk belangrijker dan ooit zal zijn. GasTerra is een onmisbare schakel in de gasvoorziening. Aardgas is nog steeds hard nodig, ondanks stemmen in het klimaatdebat die de indruk wekken dat in we korte tijd zonder deze energiedrager kunnen. Momenteel is Nederland nog voor ongeveer 40 procent van zijn energiebehoefte afhankelijk van gas. De inzet van gascentrales zal het volgende decennium mogelijk zelfs toenemen om de elektriciteitsvoorziening veilig te stellen, nu het aandeel duurzaam in de energiemix groeit en kolencentrales zullen verdwijnen. Ook andere indicatoren wijzen erop dat de vraag naar gas groot blijft. Al met al zal Nederland de komende  jaren nog vele miljarden kubieke meters aardgas moeten produceren en importeren om de gasvoorziening veilig te stellen.

Nederland is sinds de eerste moleculen aardgas vanuit Groningen stroomden, altijd zelfvoorzienend geweest. Niet langer. Het kantelpunt waarop we van netto exporteur netto importeur zijn geworden, is al gepasseerd. We moeten ons daarom afvragen of de huidige strategie, die nog steeds stoelt op overvloedige eigen productie, aan een revisie toe is. Ons land ontwikkelt zich tot een 'gewoon' Europees gasland. De praktijk in de landen die voor hun gasbehoefte waren en zijn aangewezen op import, kan ons helpen begrijpen hoe we dit het beste kunnen aanpakken.

Het blijvende belang van aardgas voor de energievoorziening laat zich ook aflezen aan onze bedrijfsresultaten. De tijd dat we omzetten behaalden van meer dan 20 miljard euro, ligt definitief achter ons, maar in 2018 kwamen we dankzij hogere marktprijzen toch weer boven de 10 miljard euro uit. Het volume lag met 55,5 miljard kubieke meter iets lager dan in 2017. Daarmee hebben we onze missie, maximalisering van de waarde van het Nederlandse aardgas, net als in voorgaande jaren met succes uitgevoerd.

Hoewel het grootste deel van onze activiteiten gericht is op de in- en verkoop van aardgas en het in evenwicht houden van onze portfolio, blijft onze bijdrage aan de energietransitie een belangrijke activiteit. Sinds de oprichting van GasTerra in 2005 hebben we transitieprojecten gesteund met financiële middelen en kennis en een actieve rol gespeeld in het bewustwordingsproces rond dit thema. We zijn ook de grootste inkoper van groen gas – in Nederland naast wind, zon en elektriciteitsproductie uit biomassa de belangrijkste bron van hernieuwbare energie – en helpen producenten om deze duurzame vervanger van aardgas te vermarkten. Hier gaan we in 2019 onverminderd mee door.

Tot slot richt ik mij tot mijn collega’s, de medewerkers van GasTerra. Ik heb waardering en respect voor de manier waarop zij zich in deze onzekere tijd hebben ingezet om GasTerra weer optimaal te laten presteren. In de huidige omstandigheden is dat een extra compliment waard. En het geeft naast alle twijfel ook vertrouwen. Wij zetten er hoe dan ook onze schouders onder. Daar kunnen onze stakeholders verzekerd van zijn.

Annie Krist,
CEO