GasTerra

Over GasTerra

GasTerra is een internationale gashandelsonderneming en is gevestigd aan de Stationsweg 1 in Groningen. Wij hebben meer dan 50 jaar ervaring en beschikken over een goede marktpositie. GasTerra is onderdeel van het Gasgebouw, een publiek-private samenwerking, waarin ook NAM, Shell, ExxonMobil, de Staat en EBN zijn vertegenwoordigd.

GasTerra is de afnemer van gas uit het Groningenveld. Naast het laagcalorische Groningengas, verhandelt GasTerra ook hoogcalorisch gas. Dit gas is voornamelijk afkomstig uit Nederlandse kleine gasvelden in de Noordzee en op land en van importen uit Rusland en Noorwegen. Producenten van kleineveldengas kunnen dit zelf op de markt brengen, maar dat hoeft niet. GasTerra vervult een publieke taak met betrekking tot de uitvoering van het kleineveldenbeleid van de Nederlandse overheid en is wettelijk verplicht dit gas desgevraagd af te nemen tegen marktconforme voorwaarden. Het door ons ingekochte gas verkopen we op de binnenlandse markt en aan energiebedrijven in de ons omringende landen.

De missie van GasTerra is het maximaliseren van de waarde van het Nederlandse aardgas. Dit doen we door vier doelen na te streven:

  • Anticiperen: we anticiperen op een veranderende omgeving en luisteren naar onze stakeholders, zodat kansen en bedreigingen geïdentificeerd zijn en GasTerra ook in de toekomst aan zijn missie van waardemaximalisatie kan voldoen.
  • Volume: we streven naar het geheel verkopen van het aan GasTerra aangeboden volume aan gas.
  • Prijs: we streven naar het realiseren van een marktconforme prijs met een zo hoog mogelijke marge voor de gehele portfolio.
  • Kosten: we zorgen voor een juiste balans tussen kosten enerzijds en waarde en zorgvuldigheid anderzijds.

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft sinds 2014, als gevolg van de Groningse aardbevingsproblematiek, verschillende besluiten genomen over de inzetbaarheid van het Groningenveld waardoor de productie uit Groningen drastisch is teruggebracht Na de beving met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter in Zeerijp op 8 januari 2018 is de discussie over de productie en het gebruik van Groningengas in een verdere stroomversnelling geraakt. De minister heeft aan GasTerra gevraagd mee te werken aan het mogelijk maken van verdere verlaging van de productie uit Groningen. Op 29 maart 2018 heeft hij aangekondigd de productie uit het Groningenveld de komende jaren zoveel mogelijk te reduceren. Als gevolg van dit besluit zijn de Gaswet en de Mijnbouwwet in de loop van 2018 aangepast.

Daarnaast hebben de Staat, Shell en ExxonMobil op 25 juni 2018 een akkoord op hoofdlijnen gesloten gerelateerd aan onder andere de door Minister aangegeven afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld. Hierin is ook afgesproken dat partijen zullen overleggen over een eventuele herinrichting van het Gasgebouw inclusief de positie, organisatie en het toekomstperspectief van GasTerra en NAM en de wijze waarop het Groningengas verkocht gaat worden. Naar aanleiding van het besluit van de minister, de aangepaste wetgeving en dit akkoord op hoofdlijnen verkent GasTerra de eigen missie en strategie.

Het staat vast dat aardgas een andere rol krijgt in de toekomstige energievoorziening. Het is belangrijk dat in de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening aardgas alleen daar wordt ingezet waar duurzame bronnen vooralsnog geen werkbaar alternatief zijn. In hetzelfde kader werken we aan verduurzaming door de productie van groen gas te bevorderen en de mogelijkheden van waterstof te onderzoeken en te testen. Gas blijft onmisbaar als we tegelijkertijd de CO2-emissies willen verminderen en de energievoorziening willen veiligstellen.

GasTerra streeft ernaar de verduurzaming verantwoord, dat wil zeggen met inachtneming van sociaal-economische belangen, te laten verlopen. We laten ons hierbij leiden door de grondslagen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO): People, Planet, Profit die wij hebben vertaald naar Gas, Groen, Groningen. Daarbij staat Gas voor onze bedrijfsresultaten, Groen voor de energietransitie en Groningen voor onze betrokkenheid bij de regio.

De keten en onze rol

Wij zijn onderdeel van de keten waarin alle activiteiten van winning tot gebruik van aardgas plaatsvinden. GasTerra is hierin actief als handelaar. Handelaren die op de gasmarkt actief zijn moeten zorgen dat hun gasinkopen voortdurend gelijke tred houden met hun verkopen. Zij moeten, met andere woorden, hun handelsportfolio in balans houden. GasTerra doet meer dan dat. Naast het in balans houden van de eigen portfolio moet GasTerra ook mede-uitvoering geven aan het besluit van de minister om de Groningenproductie te minimaliseren.

Daarbij moeten we behalve met onze eigen portfolio ook rekening houden met de totale fysieke vraag naar laagcalorisch gas in Noordwest-Europa. Voor het transport van het Groningengas en ander laagcalorisch gas (L-gas) is de transporteur Gasunie Transport Services (GTS) aangewezen op een separaat leidingnet, naast het gasnet voor transport van hoogcalorisch gas (H-gas). GTS moet zorgen dat beide netten in balans blijven door te zorgen dat de hoeveelheid door de handelaren aangeboden gas niet teveel afwijkt van de volumes die aan het net worden onttrokken.

De vraag naar gas wordt bepaald door de verbruikers. Via gashandel komen vraag en aanbod bij elkaar. Gashandel kan via langetermijncontracten en kortetermijnhandel verlopen. Dankzij de liberalisering van de gasmarkt zijn diverse marktplaatsen voor gas ontstaan, die handelaren in staat stellen gas dat reeds in het transportsysteem aanwezig is, in te kopen en te verkopen. In Nederland is dat de Title Transfer Facility (TTF). Een belangrijk verschil tussen de fysieke werkelijkheid en de commerciële handelingen op de TTF is dat de laatste geen verschillende gaskwaliteiten kent. Handelaren kopen en verkopen geen laagcalorisch of hoogcalorisch gas, maar simpelweg gas. Verhandeld gas is, met andere woorden, ‘kwaliteitsloos’. Dat is voordelig voor de producenten, handelaren en klanten, omdat dit hun keuzevrijheid vergroot.

Hoewel de markt geen verschillende gaskwaliteiten kent, kunnen beide pijpleidingsystemen uiteraard alleen in balans blijven als er voldoende gas voor zowel het hoogcalorische als laagcalorische netwerk beschikbaar is. Dit betekent voor GasTerra dat de levering van meer of minder Groningengas direct moet worden gecompenseerd met H-gas om de eigen portfolio in evenwicht te houden. Dat gas moet dan wel fysiek beschikbaar en leverbaar zijn, anders loopt het systeem vast. De daling van het aanbod uit Groningen en binnenlands H-gas uit de kleine velden maakt dit steeds uitdagender.

Om de balans in het systeem te behouden kunnen beheerders van een landelijk transportnet (Transmission System Operators/TSO’s) een beperkte hoeveelheid gas van verschillende kwaliteiten mengen. Dit noemen we conversie. Om de vraag naar Groningengas te beperken wordt de fysieke conversie van L-gas naar H-gas zo laag mogelijk gehouden. Dit geldt niet alleen in Nederland, maar ook in de ons omringende landen. In België en Frankrijk kunnen marktpartijen (contractuele) conversiediensten boeken bij de TSO om L-gas om te zetten in H-gas. De TSO’s zijn in staat deze diensten uit te voeren zonder het gas daadwerkelijk fysiek te converteren. Dit is mogelijk doordat de Franse, Belgische en Nederlandse TSO’s onderling gas van verschillende kwaliteiten ‘ruilen’ (swappen). Op die manier kunnen TSO’s de gewenste kwaliteit gas leveren aan marktpartijen, zonder fysiek te converteren. De fysieke conversie die uiteindelijk toch nodig blijft om het systeem in balans te houden, is beperkt en al jaren vrij constant.

Het swappen van gas tussen TSO’s voor de invulling van de conversiediensten werkt als volgt:

1.    Een shipper ontvangt L-gas op de grens voor levering aan eindverbruikers.

2.    De shipper wil een deel van het gas niet als L-gas aan eindverbruikers leveren en boekt een conversiedienst bij de buitenlandse TSO. Een deel van het op de grens ontvangen L-gas wordt nu geleverd als H-gas.

3.    In plaats van L-gas in het H-gasnet fysiek weg te mengen, ruilt de buitenlandse TSO het L-gas met de Nederlandse TSO voor H-gas. Er wordt nu minder L-gas vanuit Nederland geleverd en in plaats daarvan extra H-gas. Hierdoor hoeft er in het buitenland geen fysieke conversie plaats te vinden.

 

In het gasjaar 2017 is de fysieke conversie van L-gas naar H-gas in België en Frankrijk gedaald ten opzichte van het gasjaar 2016. Deze is in België, net als in het vorige gasjaar, nagenoeg nul. In Frankrijk is in het gasjaar 2017 circa 400 miljoen kubieke meter fysiek geconverteerd. Dit is 100 miljoen kubieke meter minder dan het jaar daarvoor. Deze hoeveelheid ligt binnen de verwachte bandbreedte (300-700 miljoen kubieke meter/jaar) die TSO’s, naar verwachting van GTS, nodig hebben voor de balancering van hun netten.

Onze omgeving

We anticiperen op de veranderingen in de omgeving door onze strategie, onderhandelingen en activiteiten hieraan aan te passen. GasTerra’s portfolio bestaat voornamelijk uit Nederlands gas dat afkomstig is uit Groningen, kleine velden en bronnen van groen gas. Daarnaast kijken wij in het bijzonder naar de Noordwest-Europese gasvraag, omdat deze relevant is voor onze handelsactiviteiten.

Aanbod Groningen

Het aanbod uit het Groningenveld neemt af. Sinds 2014 bepaalt de minister van Economische Zaken en Klimaat hoeveel gas in een gasjaar maximaal mag worden gewonnen uit dit veld. In het gasjaar 2017/2018 (1 oktober 2017 tot 1 oktober 2018) produceerde NAM in totaal 20,1 miljard kubieke meter aardgas uit het Groningenveld. Dat is 1,5 miljard kubieke meter minder dan de 21,6 miljard kubieke meter die was toegestaan.

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft middels een brief op 5 februari 2018 een dringend verzoek aan NAM gedaan om, binnen de voorwaarden van de voorlopige voorziening van de Raad van State (november 2017), maximaal gebruik te maken van de ruimte tot een lagere winning. Op basis van dit verzoek van de minister, hebben GasTerra en NAM een nieuw operationeel plan afgestemd. De uitvoering van dit plan heeft tot de genoemde productie uit het Groningenveld geleid.

Na de beving van 3,4 op de schaal van Richter in Zeerijp op 8 januari 2018 is de discussie over de productie en het gebruik van Groningengas in een stroomversnelling geraakt. Op 29 maart 2018 heeft de minister aangekondigd de gaswinning uit Groningen te willen beëindigen. Hiervoor is een tijdpad opgesteld voor de minimale winning die in de komende jaren nodig is bij een koud, een gemiddeld en een warm jaar. 

Gaswinning in miljarden kubieke meter aardgas in de komende jaren (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat)
Gaswinning in miljarden kubieke meter aardgas in de komende jaren (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat)

In dit tijdpad zijn maatregelen meegenomen die het kabinet voldoende zeker acht om de afbouw te realiseren, zoals de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie, de afnemende vraag uit het buitenland en de ombouw van de grootste industriële verbruikers van Groningengas.

Dit heeft op 17 oktober 2018 geleid tot wijziging van de Gaswet en de Mijnbouwwet betreffende het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld. Op grond hiervan stelt de minister jaarlijks een operationele strategie voor de winning van het Groningengas door NAM vast. Dit zal voor het eerst gebeuren voor het gasjaar dat begint op 1 oktober 2019. Hiervoor wordt een transparante procedure gevolgd, waarbij lokale overheden en andere belanghebbenden worden betrokken. Het lopende gasjaar, dat is begonnen op 1 oktober 2018, geldt als overgangsjaar. De minister heeft in het definitieve instemmingsbesluit voor het gasjaar 2018/2019 zoveel mogelijk de principes gevolgd die ten grondslag liggen aan deze wetswijzigingen. Tot 27 december 2018 was het mogelijk in beroep te gaan tegen dit besluit. Deze beroepen zullen door de Raad van State in 2019 worden behandeld.

De gaswinning uit het Groningenveld is voor het lopende gasjaar vastgesteld op maximaal 19,4 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar qua temperatuur. Via een in het instemmingsbesluit opgenomen graaddagenformule zal het maximale winningsniveau dalen in een warmer dan gemiddeld jaar en stijgen als het kouder is dan gemiddeld. Vanaf gasjaar 2019/2020 is in de ministeriële regeling voor het percentage stikstof uitgegaan van een gemiddelde inzet van ten minste 85% van de beschikbare conversiecapaciteit.

Op 3 december jl. heeft de minister aangegeven dat de gaswinning uit Groningen wellicht nog sneller afgebouwd kan worden. Deze verwachting is gebaseerd op de aanname dat GTS additioneel stikstof kan inkopen en de mogelijkheid om de ondergrondse opslag Norg te kunnen vullen met hoogcalorisch gas vermengd met stikstof. GTS gaat op basis van de aangepaste Mijnbouwwet voor het eerst een jaarlijkse raming opstellen voor de vraag naar laagcalorisch gas en Groningengas in de komende tien jaar. Het kabinet zal deze raming voortaan als basis gebruiken voor een eventuele bijstelling van het basispad. Een en ander heeft uiteraard vergaande gevolgen voor de bedrijfsvoering van GasTerra.

Kleine velden

Naast het krimpende Groningenaanbod loopt ook de gasproductie uit Nederlandse kleine gasvelden terug. De meeste Nederlandse kleine velden bevinden zich in de eindfase van hun productiecyclus en de investeringen in bestaande en nieuwe bronnen zijn beperkt. Het maatschappelijk draagvlak voor gaswinning, in het bijzonder op land, is bovendien afgenomen.

Aantal exploratieboringen

Het kabinet heeft in mei 2018 aangegeven dat in de afbouwfase van de L-gasvraag, die vooral mogelijk is door meer hoogcalorisch gas te gebruiken, kleineveldenproductie de voorkeur heeft boven gasimport. Het kabinet wil zich daarom inspannen voor het behoud van het economisch perspectief voor de offshore gassector, onder meer met fiscale maatregelen. Zo is in het voorjaar van 2018 besloten de investeringsaftrek voor nieuwe investeringen in de opsporing en winning van gas op de Noordzee te verhogen van 25% naar 40%. Dit besluit moet nog in wetgeving worden omgezet.

Groen gas

De Nederlandse groengasproductie is in 2018 gestegen van 100 miljoen kubieke meter naar 120 miljoen kubieke meter, omdat een aantal nieuwe productielocaties in bedrijf is genomen. Een productieniveau van 120 miljoen kubieke meter is nog laag in vergelijking met het Nederlandse aardgasaanbod, maar het is wel de ambitie dat deze hoeveelheid stijgt. Groen gas wordt gezien als een cruciaal onderdeel van een klimaatneutrale energievoorziening. Het kan namelijk ook worden ingezet als grondstof voor de industrie, voor hoge-temperatuur-warmte in de industrie, als invulling van de piekvraag bij moeilijk volledig te verduurzamen woningen en in zwaar transport. Technisch lijkt circa drie miljard kubieke meter in 2030 mogelijk en tien miljard kubieke meter in 2050. In het ontwerp van het Klimaatakkoord is een volume van twee miljard kubieke meter groengasproductie per jaar in 2030 opgenomen, met name voor de gebouwde omgeving.

Europese gasvraag

De totale Europese gasvraag bedroeg in 2018 450 miljard m3 [1]. Dit is een daling van 1,5% ten opzichte van 20171. Voor de periode tot 2025 wordt een lichte stijging van de gasvraag verwacht. Als gevolg van de uitfasering van nucleaire en kolencentrales zullen gascentrales naar verwachting meer ingezet worden om elektriciteit op te wekken. Na 2025 zwakt de vraag af[2] onder andere door klimaatbeleid als gevolg van de afspraken die zijn gemaakt tijdens de klimaattop in Parijs in 2015.

De specifieke vraag naar L-gas in Noordwest-Europa neemt verder af door de ombouw van gasapparatuur in Duitsland, België en Frankrijk van L-gas naar H-gas. Deze ombouw was oorspronkelijk ingegeven door de al voorziene natuurlijke depletie van het Groningenveld, maar is extra urgent geworden door de versnelde afbouw van de productie in Groningen. Op verzoek van de Nederlandse overheid hebben de betrokken landen geïnventariseerd of versnelling mogelijk is. In Duitsland zijn in 2018 circa 200.000 gastoestellen omgebouwd. Het is de bedoeling om de ombouw vanaf 2020 te versnellen tot een aantal van 500.000 toestellen per jaar. In totaal moeten vijf miljoen gastoestellen geschikt worden gemaakt voor H-gas. België en Frankrijk zijn in 2018 gestart met de eerste ombouwprojecten, die als pilot worden gezien. Door de geleidelijke ombouw in de ons omringende landen zal de export van L-gas vanuit Nederland tussen 2020 en 2029 worden afgebouwd. Vanaf 2030 is geen export van L-gas meer voorzien.


[1] Inschatting Woodmac. Europe demand long term H1 2018 (EU 28), 27 juli 2018. Conversiefactor: 40 MJ/m3

[2] Woodmac – Europe gas demand long term H1 2018, (EU 28 vraag)

Nederlandse gasvraag

De Nederlandse gasvraag bedroeg in 2017 37 miljard m3 [1]. Sinds 2015 neemt de vraag naar aardgas van gascentrales toe[2]. Dit is een gevolg van het in toenemende mate economisch zijn van het opwekken van elektriciteit met aardgas. Het beeld van marktpartijen over de toekomstige winstgevendheid van gascentrales is niet eenduidig. ENGIE en RWE besloten in 2018 centrales buiten bedrijf te stellen[3]. Daarentegen maakte RWE bekend dat de Clauscentrale in 2020 weer operationeel zal zijn[4]. De toegenomen inzet van gascentrales gaat ten koste van de inzet van kolencentrales. In hoeverre deze trend in de komende jaren doorzet is onzeker. De vraag naar L-gas daalt in Nederland voornamelijk door de ombouw van L-gas naar H-gas in de industrie. Voor kleinverbruikers is geen ombouw voorzien, zodat de vraag in dit segment volgens ramingen beperkt zal teruglopen.


[1] Bron CBS: energieverbruik aardgas 1298,7 petajoule (35,17 MJ/m3)
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/16/energieverbruik-verandert-nauwelijks-in-2017

[2] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/00372/table?ts=1532943177491

[3] ICIS Heren 28 november 2018: Dutch gas capacity to close despite profit recovery

[4] https://www.fluxenergie.nl/claus-uit-de-mottenballen/

Energietransitie Nederland

In de toekomst zal de gasvraag in Nederland dalen door klimaatbeleid. De Nederlandse overheid stelt zichzelf tot doel om de CO2-uitstoot in 2030 en 2050 met respectievelijk 49% en 95% terug te dringen. Uiteindelijk zullen fossiele energiebronnen plaats moeten maken voor klimaatneutrale energie oplossingen. Op dit moment is de vraag naar moleculen in verhouding tot de vraag naar elektronen hoog. In de toekomst zal dit, als gevolg van besparingen en elektrificatie, juist andersom zijn. De snelheid waarmee deze omslag plaats gaat vinden is echter onzeker. Daardoor is het ook moeilijk in te schatten hoe snel de vraag naar aardgas zal dalen. Dit hangt onder meer af van het beleid van de overheid en van technologische ontwikkelingen. Toch zullen moleculen niet geheel uit de energievoorziening verdwijnen. Met name als grondstof voor de chemische industrie en bron van hoge-temperatuur-warmte, in zwaar transport en in de piekvraag van de gebouwde omgeving zijn in de toekomst moleculen nodig.

De belangrijkste segmenten waar in Nederland aardgas wordt gebruikt zijn: de gebouwde omgeving (kleinverbruik en commercials), de industrie en in gascentrales. Per segment zijn er verschillende oplossingen om de uitstoot van CO2 te reduceren.

Het segment gebouwde omgeving bestaat onder meer uit woningen, scholen, overheidsgebouwen en kantoorpanden. Het aandeel van de gebouwde omgeving in de totale gasconsumptie is ongeveer 50%[1]. Omdat de gasaansluitplicht in 2018 is komen te vervallen[2] zal er weinig nieuwe gasvraag komen uit nieuwbouwwoningen. Voor de bestaande gebouwde omgeving geldt dat besparingen als gevolg van isolerende maatregelen en daarnaast de inzet van duurzame alternatieven zorgen dat de toekomstige vraag naar aardgas daalt. Duurzame manieren om te verwarmen zijn de inzet van groen gas in cv’s en hybride warmtepompen, de inzet van duurzame elektriciteit bij (hybride) warmtepompen en de inzet van duurzame warmte (uit geothermie en biomassa) in warmtenetten. Ook waterstof zou op den duur kunnen worden ingezet om te voorzien in de warmtevraag.

Het segment industrie gebruikt aardgas voor de proceswarmte en als grondstof, bijvoorbeeld voor de productie van kunstmest. Dit segment gebruikt ongeveer 20%[3] van de totale gasconsumptie en is relatief minder gemakkelijk te verduurzamen. Verschillende bedrijven hebben namelijk hoge temperatuurwarmte nodig in het bedrijfsproces. Om deze reden zullen moleculen ook in de toekomst nog gebruikt worden. Verduurzaming is onder meer mogelijk door gebruik van aardgas in combinatie met Carbon Capture and Storage (CCS) oftewel CO2-afvang en -opslag (na verbranding) of door omzetting van aardgas in waterstof, waarbij de vrijgekomen CO2 wordt opgeslagen. Daarnaast is het ook mogelijk om groen gas in te zetten. 

Het segment centrales heeft betrekking op elektriciteitsproductie en een aandeel van ongeveer 25%[4] van de totale gasvraag. Door de toenemende hoeveelheid wind- en zonne-energie wordt steeds meer groene stroom opgewekt. Ook in dit segment kan de energieproductie worden verduurzaamd door het inzetten van aardgas in combinatie met CCS.


[1] Woodmac – Europe gas demand long term H1 2018

[2] Er zijn uitzonderingen mogelijk, zie de ministeriële regeling ‘gebiedsaanwijzing aansluitplicht’. Deze gaat in op de bevoegdheid van het college van B&W om een gebied aan te wijzen waar de gasaansluitplicht wel geldt voor nieuwbouw. https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/07/Factsheet-gasaansluitplicht-vanaf-1-juli-2018-02.pdf

[3] Woodmac – Europe gas demand long term H1 2018

[4] Woodmac – Europe gas demand long term H1 2018

Voorzieningszekerheid

Door de ontwikkelingen in vraag- en aanbod is Nederland inmiddels netto-importeur van aardgas geworden. Om aan de binnenlandse gasvraag te kunnen voldoen is Nederland afhankelijk van handelsplaatsen of nieuwe importcontracten. Het onderzoeksbureau IHS Markit heeft op verzoek van GasTerra onderzocht of langetermijncontracten, naast handel op de handelsplaatsen, een nuttige functie behouden om de leveringszekerheid ook in de toekomst te kunnen garanderen. Daarbij is onder meer gekeken naar hoe de ons omringende landen een en ander hebben geregeld.

Analyse van zes andere grote gasconsumerende landen in de EU laat zien dat grote energiebedrijven in die landen, in tegenstelling tot gashandelaren in Nederland, voor hun consumptie niet alleen vertrouwen op de handelsplaatsen maar daarnaast op langetermijn-importcontracten met hoge volumes. Sommige van deze ondernemingen hebben al volumes voor de verre toekomst (2030 en verder) vastgelegd. 

Dat neemt niet weg dat de groei van volume en liquiditeit van spotmarkten voor gas in Europa, vooral van de Nederlandse TTF,  een indicatie zijn dat het belang van langetermijncontracten voor het garanderen van leveringszekerheid in de Europese gasmarkt is afgenomen. De toenemende beschikbaarheid van LNG versterkt het vertrouwen in spotmarkten nog eens verder. Het betekent dat aardgas een global commodity is geworden en dat Europa voor dit type gas concurreert met de rest van de wereld in het bijzonder Azië. Nederland kan hiervan profiteren door de aanwezigheid van een uitgebreide en moderne gasinfrastructuur (de ‘gasrotonde’).  

Het IHS Markit-rapport stelt desondanks het zeer kleine aandeel van langetermijn-importcontracten in de Nederlandse energiemix ter discussie. De onderzoekers vragen zich af of het raadzaam is om volledig op de spotmarkt te vertrouwen gezien de grote veranderingen die de gasmarkt zal ondergaan in de komende jaren als gevolg van de energietransitie en veranderingen in de mondiale gasvraag. Daarnaast is het aldus IHS Markit onduidelijk hoe grote producenten zich zullen positioneren in deze veranderende gasmarkt. 

Aantal energieleveranciers in Nederland

In 2001, net voor de liberalisering van de energiemarkt, waren er slechts 12 vergunninghouders voor (alleen) elektriciteit. De consument had in die tijd geen keuze uit verschillende aanbieders. Afhankelijk van de woonplaats werden de netbeheerder en de energieleverancier bepaald. Sindsdien is het aantal vergunningshouders bijna verviervoudigd naar circa 50 verschillende leveranciers van stroom en gas. Het grootste deel hiervan levert zowel aan particuliere als aan zakelijke klanten. Consumenten kunnen zelf hun energieleverancier kiezen.

De concurrentie die na de liberalisering is ontstaan, heeft gezorgd voor kleinere marges. Daarnaast hebben klantgerichte technologieën een flinke sprong voorwaarts gemaakt. Een voorbeeld daarvan is de slimme meter.
Er zijn twee energieleveranciers die groen gas aan consumenten leveren. Het gas dat deze partijen leveren bestaat voor een deel uit biogas; het restant is CO2-gecompenseerd gas (door bomen planten gecompenseerd). De verhouding tussen beide vormen is onbekend. Andere leveranciers bieden alleen CO2-gecompenseerd aardgas aan.


Het aantal burgers dat samen energie opwekt, via zogenaamde energiecoöperaties, is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Eind 2017 waren er 392 coöperaties actief in Nederland. Eind 2015 waren dit er nog 262[1]. Hiermee is in bijna elke Nederlandse gemeente een coöperatie actief. Dankzij een professionelere aanpak, lokaal draagvlak en krachtenbundeling slagen de burgercollectieven er steeds vaker in eigen windturbines of zonnedaken en -weides te realiseren. Eind 2017 houdt 60% van de coöperaties zich bezig met de wederverkoop van groene energie, 70% met energiebesparing en 60% organiseert collectieve inkoop van energie.

Op de Nederlandse markt zijn dus steeds meer energieleveranciers actief, waardoor de concurrentie is toegenomen.


[1] Bronnen: Hier Opgewekt (https://www.hieropgewekt.nl/nieuws/lokale-energie-monitor-2017-samen-energie-opwekken-onverminderd-populair) en Zelf Energie Produceren (https://www.zelfenergieproduceren.nl/nieuws/aantal-energiecooperaties-nederland-blijft-groeien/).

Regulering

GasTerra wordt geconfronteerd met regulering op nationaal en Europees niveau, die impact heeft op de bedrijfsvoering. We volgen de ontwikkelingen en waar mogelijk en zinvol proberen we beleidsvoornemens te beïnvloeden. In het geval van nieuwe regulering zorgt de onderneming dat zij tijdig aan deze verplichtingen kan voldoen. 

Op GasTerra zijn de Regulation in Energy Markets Integrity and Transparency (REMIT) en de Market Abuse Regulation (MAR) van toepassing. In deze verordeningen die respectievelijk van toepassing zijn op groothandelsenergieproducten en financiële instrumenten, is een verbod op handel met voorkennis en marktmanipulatie opgenomen. Daarnaast moeten marktpartijen in het kader van REMIT aan uitgebreide rapportageverplichtingen voldoen. GasTerra heeft hiervoor de nodige procedures geïmplementeerd.

Per 3 januari 2018 is de herziene Markets in Financial Instruments Directive (MiFID II) van toepassing op energiebedrijven die in financiële instrumenten handelen. De handel in contracten die als financiële instrumenten kwalificeren onder MIFID II is echter een nevenactiviteit van GasTerra. Om die reden maken wij gebruik van de nevenactiviteitvrijstelling, waarin MiFID II voorziet. 

Vanaf 2020 zal de Europese Netcode Tarieven (NC TAR) worden geïmplementeerd in Nederland. Een van de voorziene wijzigingen is om over te stappen op een andere verdeling van inkomsten uit entry- en exitpunten (40%/60%) en over te gaan op één postzegeltarief voor alle GTS-netwerkpunten en diensten. De korting voor transport van en naar bergingen zal worden verhoogd van 25% naar 60%. GTS blijft omzetgereguleerd en daarom zullen deze aanpassingen leiden tot een andere verdeling van alle transportkosten over de verschillende marktpartijen en niet tot een verandering van inkomsten voor GTS.

Met ingang van 1 november 2018 geldt vanuit de Netcode Capaciteit Allocatie Mechanismes (CAM) een verplichting voor TSO’s om Virtuele Interconnectie Punten in te voeren. Dat betekent dat diverse grenspunten samengevoegd zullen worden tot een nieuw virtueel punt. Vanwege onduidelijkheid over de wijze waarop de implementatie zou moeten plaatsvinden is dit door GTS uitgesteld tot het eerste kwartaal van 2020.
 

In dialoog met onze omgeving

We willen graag te weten komen wat de samenleving van ons verwacht en transparant zijn over onze activiteiten. Daarom zijn wij geregeld met de volgende stakeholders in gesprek: 

Stakeholdergroepen
Stakeholdergroepen

Naast de reguliere gesprekken met stakeholders voeren we jaarlijks een stakeholderdialoog uit. In 2017 hebben we door middel van enquêtes en interviews de mening van stakeholders over een aantal economische, ecologische en sociale onderwerpen geïnventariseerd. In 2018 hebben we de resultaten van deze stakeholderdialoog bij een aantal groepen getoetst en verdiepende interviews gehouden. De besproken onderwerpen zijn contractuele verplichting, duurzame inzetbaarheid, draagvlak voor werkzaamheden en betrokkenheid bij de regio. Daarnaast is naar aanleiding van het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat over de gaswinning in Groningen een nieuw onderwerp toegevoegd namelijk ‘de rol van GasTerra in de gasmarkt’ waarbij aan stakeholders is gevraagd hoe zij de huidige en toekomstige rol van GasTerra zien. Dit nieuwe onderwerp leidde in de gesprekken tot drie verschillende visies. Het onderwerp werd enerzijds benaderd vanuit een rol van GasTerra in de toekomstige traditionele gasmarkt en anderzijds vanuit de toekomstige hernieuwbare gasmarkt. Er zijn ook partijen die beide visies samenvoegen tot een hybride vorm waarin GasTerra de huidige activiteiten voortzet, maar zich ook nadrukkelijk gaat richten op het faciliteren van een markt voor hernieuwbare gassen.

Op basis van deze interviews bleek dat het belang dat stakeholders hechten aan de onderwerpen niet is veranderd ten opzichte van 2017. Vervolgens hebben we gekeken of de inschatting die we vorig jaar hebben gemaakt van de economische, sociale en ecologische impact die de onderwerpen hebben op de bedrijfsvoering van GasTerra is gewijzigd. Hierbij bleek dat de betrokkenheid bij de regio het laatste jaar groter is geworden. De materiële onderwerpen die op basis van de stakeholderdialoog 2017 zijn bepaald en input vormden voor onze strategie in 2018 blijven ook het komende jaar materieel. De rol van GasTerra in de gasmarkt komt daar als materieel onderwerp bij. In dit verslag leggen we verantwoording af over de ontwikkelingen op de materiële onderwerpen van 2018.

Materialiteitsmatrix

Materialiteitsmatrix

Voldoen aan richtlijnen en kaders

De mate waarin GasTerra ervoor kiest om te voldoen aan algemeen geldende richtlijnen en kaders, zoals bijvoorbeeld GRI, Sustainable Development Goals en ISO-normen.

Interne voetafdruk

De mate waarin GasTerra de eigen voetafdruk op het milieu minimaliseert.

Kennis

De mate waarin GasTerra kennis verwerft, ontwikkelt en deelt.

Contractuele verplichting

De mate waarin GasTerra voldoet aan zijn contractuele verplichtingen door op elk moment van het jaar voldoende gas in portfolio te hebben.

Economische prestatie

De mate waarin GasTerra bijdraagt aan het bedrijfsresultaat van zijn aandeelhouders.

Draagvlak voor werkzaamheden

De mate waarin GasTerra draagvlak creëert voor zijn werkzaamheden. 

Duurzame inzetbaarheid

De mate waarin GasTerra een goede werkomgeving creëert, met een daarbij passende cultuur en structuur, en medewerkers stimuleert om zich te ontwikkelen.

Duurzame energievoorziening

De mate waarin GasTerra bijdraagt aan de duurzame energievoorziening.

Voldoen aan richtlijnen en kaders

De mate waarin GasTerra ervoor kiest om te voldoen aan algemeen geldende richtlijnen en kaders, zoals bijvoorbeeld GRI, Sustainable Development Goals en ISO-normen.

Interne voetafdruk

De mate waarin GasTerra de eigen voetafdruk op het milieu minimaliseert.

Kennis

De mate waarin GasTerra kennis verwerft, ontwikkelt en deelt.

Betrokkenheid bij de regio

​De mate waarin GasTerra betrokken is bij de regio Noord Nederland.

Rol van GasTerra in toekomstige gasmarkt

De mate waarin GasTerra een rol speelt in de huidige en toekomstige gasmarkt.

De materiële onderwerpen zijn binnen de strategische doelen volume, prijs, kosten en anticiperen vertaald in doelstellingen voor 2019. Door dit vervolgens te koppelen aan de risico’s uit de Business Risico Analyse ontstaat de volgende connectiviteitsmatrix.

Materieel thema Strategische doelen Doelstelling 2019 Business risico
Contractuele verplichting Volume GasTerra komt de contractuele verplichtingen volledig na. Aanbod Groningenveld

Aanbod kleine velden
Economische prestaties Volume

Prijs

Kosten

Anticiperen
GasTerra verkoopt het door NAM aangeboden jaarvolume aan Groningengas (gasjaar 2018/2019) en zorgt ervoor dat de productie binnen de graaddagenformule blijft.

We benutten zo volledig mogelijk de middelen in ons portfolio zoals bergingen.

We maken een marge op onze in- en verkopen.

We benutten het marktpotentieel voor optimalisatie.

De exploitatiekosten blijven binnen budget in het kalenderjaar 2019.
Kredietwaardigheid

Transportkosten
Duurzame inzetbaarheid Kosten

Anticiperen
Er zijn 0 ongevallen met verzuim en het percentage ziekteverzuim is in het kalenderjaar 2019 lager dan 2,5%.

We implementeren het nieuwe HR-beleid.
Organisatie
Duurzame energievoorziening Anticiperen We nemen deel aan een aantal projecten uit de Strategische Agenda van GILDE (Gas In een Langetermijn Duurzame Energievoorziening). We leiden het project Groen Gas.

In ons energietransitie budget leggen we de focus op duurzame gassen zoals groen gas en waterstof.

We kijken hoe we samen met partners een programma kunnen ontwikkelen voor het bereiken van de benodigde jaarlijkse groengasproductie van 2 miljard m3 in 2030 die in het Klimaatakkoord is opgenomen.
Imago
Draagvlak voor werkzaamheden Anticiperen GasTerra draagt de visie die de gassector, verenigd in de brancheorganisatie KVGN, heeft ontwikkeld en die de noodzaak om voortvarend toe te werken naar een CO2-neutrale energievoorziening koppelt aan het behouden van het huidige niveau van leveringszekerheid tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten actief uit. Imago
Rol van GasTerra in de gasmarkt Anticiperen Naar aanleiding van de besluitvorming inzake Groningengaswinning verkennen we onze missie en strategie om een beeld te krijgen van de rol die GasTerra in de toekomst kan spelen. Onduidelijke bedrijfsstrategie en missie

De missie van ons bedrijf, de waardemaximalisatie van het Nederlandse aardgas, is na de besluitvorming van de minister van Economische Zaken en Klimaat in 2018 om de Groningengaswinning zo snel als mogelijk te beëindigen niet veranderd. Wel is er vanwege het sterk teruglopend aanbod van Nederlands aardgas onzekerheid over het toekomstperspectief voor GasTerra. Dit geldt met name voor de periode na 2022, omdat vanaf dan het Groningenaanbod in onze portfolio sterk gaat dalen door de komst van een extra stikstoffabriek. Hierdoor kan immers meer hoogcalorisch gas geconverteerd worden naar laagcalorisch gas. GasTerra stelt zich ten doel zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen over de rol van het bedrijf in de toekomst. Tijdens deze onzekere periode willen we het hoge kwaliteitsniveau dat stakeholders van ons gewend zijn in stand houden.

Inputs

GasTerra

Gas

Totaal volume 56 mrd m3

  • Groningen
  • Kleine velden
  • Virtuele handelsplaatsen
  • Import
  • Groen gas
GasTerra

Gasmarkt

  • Fluctuerende gasprijs
  • Gascontracten
  • Licenties
  • Handelspartners
  • Ondergrondse gasopslag
GasTerra

Organisatie

  • 141,4 FTE
  • 152 Medewerkers
  • Diversiteit
  • Arbeidsvoorwaarden
  • Hoofdkantoor Groningen
GasTerra

Kennis en systemen

  • Kennis van de gasmarkt
  • IT-systemen
GasTerra

Financiën

  • Eigen vermogen €180 mln
  • Investeringen €1,4 mln
GasTerra

Maatschappij

  • Stakeholders
  • Imago van gas

Business Model

Het maximaliseren van de waarde van het Nederlands aardgas

Anticiperen

GasTerra anticipeert op een veranderende omgeving en luistert naar zijn stakeholders, zodat kansen en bedreigingen geïdentificeerd zijn en GasTerra ook in de toekomst aan zijn missie van waardemaximalisatie kan voldoen.

Volume

GasTerra streeft naar het geheel verkopen van het aan GasTerra aangeboden volume aan gas.

Prijs

GasTerra streeft naar het realiseren van een marktconforme prijs met een zo hoog mogelijke marge met het gehele portfolio.

Kosten

GasTerra zorgt voor een juiste balans tussen kosten enerzijds en waarde en zorgvuldigheid anderzijds.

  • Governance
  • Risico-management
  • Public Relations
  • Public Affairs

Outputs

GasTerra

Gas

Totaal volume 55,5 mrd m3

  • Virtuele handelsplaatsen
  • Aansluiting klanten
  • Grenspunten
GasTerra

Gasmarkt

  • 100% nakomen contractuele verplichtingen
  • 32,9 miljard m3 NL gas ingekocht (Groningen & Kleine velden)
GasTerra

Organisatie

  • 110 mannen, 42 vrouwen
  • 2,47% ziekteverzuim
  • Veiligheid/ongevallen
GasTerra

Kennis en systemen

  • Trainingskosten: 1,05% van totale personeelskosten
  • Opleiding en loopbaanmogelijkheden
  • 99,92% beschikbaarheid hoog kritische systemen
GasTerra

Financiën

  • Omzet € 11.153 mln
  • Netto-winst € 36 mln
  • Werkkapitaal € 206,8 mln
  • S&P credit rating AA+ (Negative Outlook)
GasTerra

Maatschappij

  • Deelname transparantiebenchmark
  • Kennis delen en kennis ontwikkelen over energie(transitie)
  • Steunen energietransitieprojecten
  • Industrieklanten verduurzamen
  • Sponsoring in de regio
  • €7,5 mln lokale inkopen facilitair

Outcomes

GasTerra

Gas

  • Leveringszekerheid van de eigen portfolio
  • Bestendige relatie met klanten en leveranciers
  • Aardgasbaten
GasTerra

Groen

  • Kennisdeling en –ontwikkeling over de rol van gas in de energievoorziening in R&D, onderwijs en publieke debat
  • Bijdragen aan de verstandige transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening
GasTerra

Groningen

  • Hoogwaardige werkgelegenheid regio
  • Leveren betekenisvolle bijdrage aan lokale samenleving

Samenvatting resultaten

Inkomsten en kosten (in miljoenen euro's)

Netto-omzet
2018 11.153
2017 9.601
Gasinkoop
2018 10.779
2017 9.227
Transportkosten
2018 274
2017 287

Resultaten (in miljoenen euro's)

Resultaat voor belasting
48
Netto-winst
36
Dividend
36

Overige financiële gegevens

Investeringen in miljoenen euro's
2018 1,4
2017 1,8
Liquiditeitsratio
1,1

Balansgegevens ultimo jaar (in miljoenen euro's)

Balanstotaal
1.960
Eigen vermogen (voor resultaatbestemming)
216
Kortlopende schulden
1.744

Verkochte volumes (in miljarden kubieke meter)*

Totale afzet
2018 55,5
2017 56,6
Nederland
31,8
Overig Europa
23,7

Veiligheid en gezondheid

Eigen medewerkers ultimo jaar, in fulltime-equivalenten
141,4
Ziekteverzuim (in procent)
2,47
Gemiddelde verzuimfrequentie
0,98

*In dit jaarverslag wordt een andere wijze van bepalen van de gebieden ten opzichte van 2017 gehanteerd. Het gebied wordt bepaald op basis van afleverpunt in plaats van vestigingsadres. De vergelijkende cijfers voor 2017 zijn overeenkomstig deze nieuwe definitie aangepast.

De solvabiliteit van GasTerra is niet representatief vanwege de afspraken tussen de verschillende entiteiten in het Gasgebouw (zie jaarrekening). Eén daarvan is de transferprijs voor Groningengas, waardoor GasTerra een vaste winst maakt van 36 miljoen euro. Deze winst wordt jaarlijks op voorstel van de Bestuurder volledig uitgekeerd. Als gevolg daarvan is ons eigen vermogen vast, namelijk 180 miljoen euro. 

De investeringen zijn niet materieel en betreffen met name de geactiveerde kosten van zelf ontwikkelde software ter ondersteuning van de bedrijfsprocessen.